Eerst sterkere banden tussen wetenschappers en beleidsmakers nodig
Onderzoeker in landbouw- en voedselsystemen Nina Valin onderzocht de interactie tussen wetenschap en beleidsvorming in Europees waterbeheer, waarbij zij focuste op de rol en het potentieel van expertise bij het aansturen van zinvolle beleidsverandering.
De afgelopen decennia hebben overheden en organisaties zoals de EU belangrijke stappen gezet om klimaat- en milieucrises aan te pakken. Ondanks deze inspanningen schieten ambitieuze beleidsmaatregelen zoals de Kaderrichtlijn Water van de EU, die streeft naar een 'goede ecologische toestand' in alle Europese waterlichamen tegen 2027, tekort. Op dezelfde manier werd Nederland op 22 januari 2025 door de rechtbank bevolen om de stikstofuitstoot tegen 2030 drastisch te verminderen, anders riskeert het een boete van 10 miljoen euro. Dit roept belangrijke vragen op: hoe verandert het milieubeleid in de loop van de tijd? Wie beïnvloedt deze beslissingen en hoe wordt het beleid in de praktijk geïnterpreteerd en geïmplementeerd?
Teamwerk van groot belang
Een van de grootste problemen met de Europese waterregels (zoals de Kaderrichtlijn Water) is dat hoewel de ideeën erachter gedurfd en ambitieus waren, de mensen die verantwoordelijk waren voor de uitvoering ervan niet voorbereid waren (of soms niet bereid waren) om zo'n verschuiving in waterbeheer aan te kunnen. De richtlijn roept verschillende groepen op, zoals landbouw, natuurbehoud en waterbeheer, om nauw samen te werken. Maar dit soort partnerschappen zijn niet consistent opgezet. Valin toont aan dat wetenschappers en beleidsmakers eerst sterkere banden met elkaar moeten opbouwen. Hierdoor kunnen ze slimmere, meer gecoördineerde plannen maken. Dit is een belangrijke stap voordat er andere sectoren in de mix betrokken kunnen worden.
Relevantie voor urgente kwesties
Valins onderzoek is direct relevant voor urgente kwesties zoals, klimaatadaptatie en waterschaarste: naarmate de klimaatverandering verergert, zal innovatief waterbeheer van cruciaal belang zijn. Het in evenwicht brengen van landbouw en milieu: de voortdurende debatten over stikstofreductie en landbouwpraktijken (bijvoorbeeld in Nederland) zijn relevante voorbeelden. Wetenschappelijk onderbouwde beleidsvorming: de toenemende behoefte om bewijs en expertise te integreren bij het aanpakken van complexe milieuproblemen.
Het daagt conventionele benaderingen van waterbeheer uit en benadrukt het potentieel voor transformatieve verandering. Radicale ideeën moeten worden overwogen door de EU (bijvoorbeeld in opportunistische momenten zoals evaluatieperiodes en beheercycli) en door regeringen en lokale autoriteiten (bijvoorbeeld in hoe ze waterbudgetten beheren, hun intenties formuleren, landgebruik en waterbeleid samen overwegen en in hoe ze expertise in waterbeheer organiseren en waarderen).
Crisis omzetten in een langetermijnkans
Valin geeft een mooi voorbeeld: "Een door droogte getroffen regio in Zuid-Europa wordt geconfronteerd met ernstige watertekorten. Traditioneel beleid geeft prioriteit aan het behoud van landbouwpraktijken zoals ze zijn, ook al verbruikt de landbouw meer dan 80% van het water in de regio. Door mijn onderzoeksresultaten toe te passen, kunnen beleidsmakers de evaluatiecyclus van de KRW gebruiken om innovatieve strategieën voor te stellen, zoals het opnieuw toewijzen van waterbudgetten om ecologisch herstel te prioriteren of boeren aan te moedigen om droogtebestendige gewassen te adopteren. Dit zou een crisis kunnen omzetten in een kans voor duurzaamheid op de lange termijn."
Meer informatie over het proefschrift